top of page

Zomerjaarmarkt: het ontstaan

Op 24 en 25 juni is het zomerjaarmarkt in Sint-Lievens-Houtem.

Houtem Jaarmarkt vindt zijn oorsprong in de verering van de Heilige Livinus, een Ierse bisschop. Hij zag het als zijn missie om het vroegmiddeleeuwse, nog heidense Land van Aalst, te bekeren tot het christendom. Niet iedereen was het hiermee eens: lokaal krapuul vermoordde Livinus tijdens één van zijn bekeringstochten, hij werd onthoofd. De bisschop werd begraven in het kerkje van Sint-Lievens-Houtem.


Livinus zijn fantastische, met tal van mirakels aangedikte levensverhaal sprak tot de verbeelding. Meer en meer gelovigen vonden de weg naar zijn graf om er te bidden.


In het jaar 1007 besliste de abt van de Sint-Baafsabdij in Gent om de stoffelijke resten van de Heilige Livinus binnen de veilige muren van zijn abdij onder te brengen. Zogezegd om de relieken te beschermen, maar waarschijnlijk vooral om in Gent de Livinusverering te introduceren en daaruit inkomsten te halen. De belofte van de Sint Baafsabdij om jaarlijks met de relieken van Livinus naar zijn oorspronkelijke graf terug te keren, gaf aanleiding tot een beruchte bedevaarttraditie: de Sint-Lievens-processie van Gent naar Sint-Lievens-Houtem. Ieder jaar op het einde van juni vertrok de ommegang met de relieken van Livinus van Gent naar Sint-Lievens-Houtem, gevolgd door duizenden Gentenaars.

De volkstoeloop naar Sint-Lievens-Houtem was enorm. In het zog van de bedevaart ontwikkelde zich op het Houtemse marktplein een bloeiende handel. Spijs en drank vulden de magen, marktkramers prezen hun koopwaar aan, paarden en vee werden verhandeld. Van een devote processie was echter allerminst sprake. Integendeel, de tweedaagse tocht had meer weg van een feestparade die telkens weer ontaardde in bras-en vechtpartijen. De Gentenaars vierden als het ware hun Gentse Feesten in Sint-Lievens-Houtem.


De Sint-Lievensprocessie kampte echter met een groot tuchtprobleem. Gentenaars vertrokken als vrome pelgrims maar keerden vaak dronken terug als een bende politieke oproerkraaiers. Keizer Karel had er schoon genoeg van en in 1540 vaardigde hij een verbod uit op de woelige zomerbedevaart. Minder bedevaarders zorgden logischerwijze voor minder consumptie en marktbedrijvigheid. De Houtemse zomerjaarmarkt werd dus minder belangrijk.

Op 12 november, de sterfdatum van Livinus, was ondertussen een tweede, kleinere bedevaart ontstaan. Ook deze bedevaart zorgde voor de nodige handelsactiviteiten: de Houtemse winterjaarmarkt zag het levenslicht. Deze winterjaarmarkt groeide tijdens de 17de en 18de eeuw uit tot een zeer gekend evenement waarbij de vee- en paardenmarkt steeds centraler kwam te staan.



40 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page